/ opladen en lossen

Vervoegt dit najaar ons gastdocentenkorps met een stevige dosis eigenzinnigheid en passie voor Afrikaanse dans: Fanny Heuten. Ze geeft al een kwarteeuw les in binnen- en buitenland, is medeoprichtster van Carte Blanche vzw en Stage Rumours vzw én maakt voorstellingen met haar eigen danscompagnie. Een interview over clichés ontmantelen, het schone van rauwe emoties en hoe techniek maar het topje van de ijsberg is.

  

/ Hoe kwam jij zelf in aanraking met Afrikaanse dans?
Als kind nam mijn moeder me mee naar de lessen Afrikaanse dans die zij volgde, maar veel vond ik daar toen niet aan. Via een omweg langs tai chi en yoga en dankzij een duwtje van Kaatje Verbruggen (één van de pioniers van primitieve dans in België) kwam ik alsnog bij Afrikaanse dans terecht. 30 jaar geleden was die community hier nog klein: één van de weinigen die toen echt onderlegd was in de pedagogiek rond Afrikaanse dans, was Bea Dobbelaere.

Zij nam me onder haar vleugels, als mentor en goede vriendin en samen reisden we heel wat af. In haar voetsporen begon ik ook les te geven en mezelf te specialiseren, vaak aan de hand van dansstijlen die me konden helpen bij een specifiek aspect van Afrikaanse dans: flamenco voor de armbewegingen, tango voor het voetenspel, hedendaagse dans voor het grondwerk.

/ Je omschrijft Afrikaanse dans als een sterke bewegingstaal. Geldt dat niet voor elke dans?
Een lichaam dat danst, liegt sowieso nooit. Maar Afrikaanse dans is daarnaast ook traditioneel sterk geworteld in belangrijke momenten van het dagelijks leven. Verwacht je echter niet aan clichés à la regendansen! Het gaat om wat jou boeit. Er zijn evenveel motivaties om Afrikaanse dans te volgen als er dansers zijn: het is belangrijk om die van jezelf te kennen voor je ze gaat uitdrukken. Wat mij het meest interesseert zijn de eerlijke, pure, rauwe emoties. De werkwijze van Pina Bausch, één van mijn grote voorbeelden, zit dan ook heel erg verweven in mijn aanpak. Als je belang hecht aan inleving en expressie, komt het theatrale automatisch om de hoek kijken.

/ Is loslaten daarbij essentieel?
Bijna iedereen wil leren loslaten, maar da’s ook het moeilijkste. Loslaten zit in het hoofd en vraagt lef. Cliché nummer twee ontkracht: het is niet omdat het er gemakkelijk en natuurlijk uitziet, dat het ook eenvoudig is. Daarom is mijn opwarming ook zo belangrijk: je hebt tijd nodig om zowel fysiek als mentaal de knop om te draaien. 

/ Het spirituele aspect: ook een cliché dat eraan moet geloven?
Het mag alleszins niet je hoofdmotivatie zijn en is ook niet iets waar ik op focus. Het is wél zo dat ik mijn lessen heel aards aanpak, met aandacht voor wie jij bent en wat jou fascineert. Daarnaast werk ik ook veel met repetitieve bewegingen. Die zijn op zich niet spiritueel, maar kunnen er wel voor zorgen dat je als danser iets ervaart dat je niet meteen kan plaatsen. Dat maakt deel uit van de ervaring, maar is geen streefdoel op zich.

/ Hoe belangrijk is de percussie in je lessen?
Mijn muzikanten zijn 80% van mijn werk. Van zodra zij spelen, zijn zij het die de lichamen leiden. Hun ritmes en bassen zijn zo sterk en meeslepend dat ze de hartslag van de dans  vormen. Daarom voelt live percussie zoveel sterker aan dan een opname. 

/Wat mogen cursisten verwachten?
Afrikaanse dans als totaalervaring. Techniek is natuurlijk belangrijk, maar onmisbaar is je blik verruimen naar de mensen met wie je danst en de ruimte waarin je beweegt. Omdat ik daar in het begin zo op hamer, kan het aanvankelijk aanvoelen als een heleboel regels. Maar zo wordt juist de ruimte gecreëerd waarin jij als danser zelf een enorme energie laat vrijkomen. En mijn belangrijkste boodschap: zoek je eigen kleur.  

/Hoe vind je die?
Door meer te doen dan kopiëren en techniek uitvoeren. Het gaat om het ontdekken van je eigen bewegingstaal en het verder ontwikkelen van je eigen manieren van bewegen. Manieren in het meervoud: vergelijk het met een acteur is die ongelooflijk goed is in een bepaald soort rollen. Zelfs dat word je als toeschouwer uiteindelijk beu, tot blijkt dat die acteur ook totaal verschillende rollen aankan. In die veelzijdigheid verschilt Afrikaanse dans ook van andere stijlen. Bij flamenco bijvoorbeeld weet je onmiddellijk wat je houding moet zijn en neem je ook een bepaalde look aan. Dat kan je bij mij wel vergeten: wie met perfecte make-up aan de start verschijnt, is na tien minuten al niet meer toonbaar (lacht). Je bewegingstaal is rauw, niet altijd mooi, maar altijd anders en eigen. Dat maakt hem juist zo speciaal en zorgt ervoor dat je tijdens het zoekproces sowieso een beetje tegen je eigen grenzen aan moet duwen.

/ Is dat voor iedereen weggelegd?
Dansers onderschatten zichzelf snel. Maar van zodra je je grenzen weet te verleggen, ga je enorm snel vordering boeken. Het is mijn taak als docent om die stap buiten de comfortzone te initiëren en te begeleiden door te werken vanuit wat mijn dansers bezighoudt en boeit. Een evenwichtsoefening: enerzijds mag de druk niet té hoog zijn, anderzijds moet je je leerlingen niet teveel in de watten leggen.

/ Zijn Belgen echt stijve harken in vergelijking met andere nationaliteiten?
Confronteren vind ik veel interessanter dan vergelijken. Spanjaarden vs. Belgen, bijvoorbeeld! Wij zijn gedisciplineerd en willen eerst de techniek volledig beheersen voor we los kunnen gaan. Spanjaarden doen het omgekeerd: die dansen vol zelfvertrouwen en vragen zich pas daarna af of ze het technisch wel kunnen. Beiden kunnen zoveel van elkaar leren. En het doet je nog maar eens beseffen: Afrikaanse dans is zoveel meer dan techniek.
 

Dit najaar geeft Fanny twee cursussen Afrikaanse Dans bij WISPER: een basisreeks voor beginners en een verdiepingsreeks voor gevorderden.