Elke Van Der Kelen

  • inspiratie
  • theater

Architecte, theatermaakster, onderzoekster: ziedaar de drie identiteiten van Elke Van Der Kelen. Ze speurt naar jong Brussels talent met theatergezelschap TINT en bouwt voorstellingen bij WISPER. Verwacht je niet aan afgelijnd teksttheater, wel aan onderzoekdrift in overvloed en maakplezier om U tegen te zeggen!

/ ben je een geboren theatermaakster?
Eerst was er de passieve liefde en appreciatie voor het theater, later volgde de drang om ook zelf iets te maken. Mijn moeder werkt bij het cultuurcentrum van Strombeek, dus ik ben van kinds af aan thuis geweest in de theaterwereld.

Bovendien was theater voor mij meteen een driedimensionaal gegeven: de coulissen, de zaal, de verlichting, de vestiaire, het publiek, de scenografie. Er komt veel bij kijken en het hoort allemaal samen. Ik heb altijd al een creatieve geest gehad, maar was ook geprikkeld door wiskunde en structuren. Op het kruispunt van deze twee talenten nam ik de studie-afrit architectuur. Toch voelde ik dat ik daar mijn artistieke ei niet helemaal kwijt kon en dat deed me na wat omzwervingen in de theateropleiding te Maastricht belanden. 

/ naïeve dromer of bikkelharde realist: wat typeert jou als maker?
Vroeger was ik meer uitgesproken dapper en naïef, met veel onstuimige maakdrift en goesting. Dat laatste is gebleven, maar ik ben wel voorzichter geworden. Toch probeer ik naïviteit een plaats te geven in mijn leven en het vast te houden. Zo hoef ik niet alles te weten voor ik ergens aan begin: dat opent wegen.

Na mijn studies trok ik samen met een vriendin naar Kaapverdië om daar een project uit te werken in een lokaal cultuurcentrum. Bij aankomst bleek de werking van dat centrum plat te liggen en de publiekswerking was al helemaal onbestaand. We hebben zelf alles moeten uitzoeken en ontwikkelen. Het enige wat we ter beschikking hadden was een oud koloniaal huis waar we konden werken en slapen. Hoewel ik dit nu minder onbezonnen zou aanpakken, heb ik daar enorm veel uit geleerd.

Wat mij vooral typeert is dat ik niet graag in vakjes denk. Niets staat alleen, veel dingen komen samen. Dat komt denk ik omdat mijn interesses alle kanten uitgaan en zich niet tot één duidelijk afgebakend domein beperken. Ik hou daarbij van beeldend theater waarbij de grens tussen publiek en performance lekker flou wordt.

/ wie hoop je te verwelkomen op je cursus?
Deelnemers die buiten de lijntjes durven kleuren en het lef hebben om hun omgeving of zichzelf ook eens door een andere bril te bekijken. Ik ben van plan om de groep aan te moedigen om allerlei relaties in vraag te stellen: publiek vs. ruimte, mensen vs. het individu. Wat werkt? Wat werkt niet? Welke grenzen zijn er?

Het opzet van de cursus is zó dat je als cursist veel inspraak hebt in het proces. Maar daar staat tegenover dat je het experiment moet durven aangaan en je engagement om iets te maken serieus moet nemen. Ik zie theater als een voortdurend onderzoek. Ik bied graag een inspirerend frame aan waarbinnen we werken, waar we ons toe kunnen verhouden en tegen verzetten. De cursus is ons labo en we pluizen het samen uit. Onderzoeksdrang is dan ook een must om mee te komen doen!

/ stel dat je onbeperkte middelen kreeg voor een voorstelling, waar zou die dan plaatsvinden?
Het belang van ruimte krijgt een steeds grotere plaats in mijn werk. Vaak gebeurt het ontwerp van de wereld waarin de voorstelling zich afspeelt, pas naar het einde het maakproces toe. Ik vind het interessant om dat om te draaien door de scenografie als startpunt te nemen en de ruimte te laten bepalen hoe het stuk zich vervolgens ontwikkelt.

Wat gebeurt er wanneer de eerste vragen die gesteld worden, niet over tekst of personages, maar over ruimte gaan? Als er onbeperkt budget iszou het heerlijk zijn om dat eens in een enorme loods te onderzoeken door dingen te bouwen, uit te proberen en aan te passen met alle beschikbare materialen, belichting en uiteraard mankracht.